Sint-Maarten 9 november 2007
Op 11 november wordt het feest van Sint-Maarten gevierd. Door de
Een tweede ritueel op Sint-Maartensdag is het ontsteken van een vuur. Dit gebeurt vooral in Limburg (en het aangrenzende Duitse Rijnland).
Martinus
Martinus (316-397) werd geboren in Hongarije en diende in het Romeinse leger. Toen hij achttien was, liet hij zich dopen. Hij werd monnik en stichtte in Frankrijk verscheidene kloosters. In 372 werd hij gekozen tot bisschop van Tours. Daar werd hij op 11 november begraven.Martinus werd om zijn liefdadigheid al spoedig vereerd. Zijn tijdgenoot Sulpicius Severus schreef een leven van de heilige. Daarin wordt verteld hoe Martinus als Romeins soldaat voor de poorten van Amiens een bedelaar tegenkwam, die het koud had. Martinus trok zijn zwaard, sneed zijn rode mantel in tweeën en schonk een helft aan de bedelaar. Deze scène is in de beeldende kunst veelvuldig uitgebeeld en wordt in optochten tegenwoordig vaak nagespeeld.
Martinus werd onder andere patroon van de armen en, bij uitbreiding van de kinderen. Op de feestdag van deze heilige werd het gebruikelijk om hen iets te geven. Dit werd nog bevorderd doordat 11 november lange tijd het begin was van de veertig dagen durende vastentijd vóór Driekoningen op 6 januari. Ook volwassenen namen het er deze dag goed van, getuige vermeldingen van het eten van de Sint-Maartensgans.De verering van Martinus bleef niet beperkt tot Frankrijk, waar enkele duizenden kerken aan hem gewijd zijn, maar verspreidde zich over heel Europa. In Nederland zijn er enkele tientallen Sint-Maartenskerken. Na de Reformatie bleef hij ook in protestantse gebieden in ere. Daaraan droeg bij dat Maarten Luther weliswaar op 10 november was geboren, maar op 11 november werd gedoopt.
Verklaringen
Zoals bij zoveel gebruiken, heeft men in de optochten met lichtjes en de Sint-Maartensvuren resten van oeroude heidense rituelen willen zien, die later overgoten werden met een christelijk sausje. Daarvoor bestaat echter geen enkele grond. Ondanks duidelijke uitspraken daarover in sommige volkskundige handboeken, al van Jan ter Gouw (1871) — 'vreugdevuren zijn van alle tijden en niet uitsluitend Germaansch' — tot S.J. van der Molen (1980) — 'in de verering van Sint-Maarten in onze streken is (…) geen heidens element te ontdekken', wordt deze verklaring nog vaak vernomen.
'Een originele verklaring voor het lopen met lichtjes op Sint-Maarten werd gegeven door de Duitse volkskundige Dietz-Rüdiger Moser. Hij staat op het standpunt dat de oorsprong van veel gebruiken ligt in de liturgie van de katholieke kerk. Gedurende het kerkelijk jaar werden telkens bepaalde teksten uit de bijbel (perikopen) gelezen, waarover vervolgens gepreekt werd. Vele eeuwen was dat op 11 november: 'Niemand steekt een lamp aan en zet die in de kelder of onder de korenmaat, maar op de standaard, opdat wie binnentreden het licht zien' (Lukas 11:33 e.v.). Deze tekst gaf volgens Moser een duidelijke aansporing om op deze dag met lichtjes rond te gaan. De mogelijkheid dat juist deze tekst gekozen werd, omdat het gebruik al eerder bestond, wijst hij nadrukkelijk af. Deze verklaring is niet onaannemelijk. Het gaat echter te ver te stellen, zoals Moser impliceert, dat de Sint-Maartensstoeten in wezen, en nog steeds, een soort religieuze optochten zijn.
---------------------------------------------------------------
Post Thorn
Reageren